Het beperken van de groei

De vooruitgang op oenologisch gebied in de voorbije decennia heeft ervoor gezorgd dat de wijnbouwers elk jaar kwaliteitswijnen kunnen afleveren, onafhankelijk van de wijnjaren en de eraan verbonden klimatologische omstandigheden. De productie van kwaliteitswijnen blijft echter stoelen op een essentiële voorwaarde: gezonde en rijpe druiven als basisproduct.
Om zo'n kwaliteitsvolle druif te verkrijgen, moet de wijnbouwer bovenal de groeikracht van de wijnstok inperken, ook al moet hij daarvoor het volume van de productie verminderen.

 

De dichtheid van de aanplanting

 

De plaats die ingenomen wordt door een wijnstok, beïnvloedt de ontwikkeling van het wortelsysteem, de sterkte van de stam en de ontwikkeling van het bovengrondse deel.
De dichtheid kan variëren van 3.000 tot 10.000 stokken per ha.
Hoge densiteiten hebben meestal tot effect dat de wijnstok trager groeit. Dit bevoordeelt de rijping en dus de kwaliteit van de druiven. De groeikracht en de individuele productie van de stokken zullen weliswaar geringer blijven, maar de kwaliteit en de rendementen hoger. De wijn zelf zal rijker zijn aan fenolen (anthocyanen en tannines) en dus beter geschikt om te verouderen.

 

Snoeien doet groeien

 

De snoei beïnvloedt in hoge mate de groeikracht van de wijnstok. Het aantal en het volume van de druiventrossen zal afhangen van het aantal botten dat de wijnbouwer wil overhouden na de jaarlijkse snoei. In een te krachtig groeiende wijngaard zal strenger moeten worden gesnoeid.

 

De bemesting

 

De wijnstok is een plant die weinig voedingsstoffen nodig heeft. Een doordachte bemesting moet de toevoer van mineralen op een gemiddeld peil houden en eigenlijk vooral tekorten aan voedingsstoffen vermijden. Jammer genoeg stelt men geregeld vast dat wijnbouwers teveel meststoffen gebruiken, met een overdreven groei als gevolg.

 

Het uitdunnen van de trossen

 

Bij het uitdunnen van de trossen - ook wel eens groene oogst genoemd - gaat het erom de overtollige trossen van de wijnstok weg te knippen. De overblijvende druiventrossen worden dan beter gevoed en zullen veel sterker geconcentreerd zijn op het ogenblik van de oogst. Om een betekenisvol effect te hebben moet deze uitdunning gebeuren vòòr de rijping en 30% van de trossen omvatten.
Deze techniek mag niet beschouwd worden als een occasionele maatregel, die niet elk jaar hoeft plaats te vinden. Integendeel, het systematisch uitdunnen verhoogt dit jaar al het rendement van het volgende jaar.

 

De bodembedekking

 

Indien de grondwaterreserves niet onbeperkt zijn en de regens goed verdeeld worden over de zomer, zal een met gras of planten bedekte bodem ook de groeikracht van de wijngaard inperken. De wijnstok moet dan wedijveren met de bodembedekkers om de voedingsstoffen van de bodem en het grondwater. Een permanente begroeiing kan gewoon door de spontane plantengroei (onkruid) ontstaan. Daar is niets op tegen indien de begroeiing aangepast is aan de mogelijkheden van de wijngaard. In de meeste gevallen zal het evenwel beter zijn ingezaaid gazon als begroeiing te gebruiken.